|
(één van de vijf
zuilen: “het geven van aalmoezen”)
In de naam van
Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle
Eerwaardige
moslims (belijders van de islamitische godsdienst), wanneer we de korte,
essentiële Mekkaanse soera’s analyseren nemen we bij dezen waar dat daarin drie
aan elkaar gehechte thema’s bewerkt zijn.
]-->1. Geloof
aan één God (Allah)
]-->2. Ernstige
socio-economische verschillen in de Mekkaanse bevolking die weggewerkt moeten
worden.
]-->3. De verantwoordelijkheid
van de mens in zijn leefmilieu (leefomgeving).
Nog in de eerste
jaren na de openbaring van de Islam heeft het idee “het geloof aan één God”
(monotheïsme) en de socio-economische welzijn zich bekendgemaakt als twee
zijden van dezelfde medaille bij de moslims.
Van de eerst geopenbaarde verzen zijn hier onderstaande aandachtwekkend:
9. Daarom verdruk de wees niet,
10. En snauw de bedelaar niet af. 93 - (Ad-Dhohaa 9-10)
Toen Mohamed (v.z.m.h.)
emigreerde van Mekka naar Medina hield hij in Qoeba halt om te rusten. Daar hield
hij een rede: “Bescherm jezelf tegen het vuur zelfs
met een halve dadel en wie zelfs dit niet heeft door (het zeggen) van een goed
vriendelijk woord”.
De verzen van de soera Al-Baqarah zijn begonnen geopenbaard te
worden in de eerste jaren van de Medinaanse tijdperk. Inhoudend waren ze
frequent betreffende de belastingheffing. In die periode werd
er met een stijgende belangstelling bij de financieel aspect van de moslim
stilgestaan. Eindelijk 9 jaar na de emigratie werd de soera At-Taubah geopenbaard, doordat hier ruim
de reeds voorgaande onderwerpen behandeld zijn is de hoofdstuk belastingheffing
volmaakt. Buiten deze bevelen en adviezen zijn er ook nog de zuilen ‘het gebed’
(salat),’ de vasten’, ‘de bedevaart naar Mekka’.De zakat komt 30 maal voor in
de koran waarvan 27 keer in dezelfde vers met ‘salat’.
Eerwaardige moslims, de
essentie onder dat de Koran de gebed (salat) en het aalmoezen (zakat) tezamen
aanhaalt, is het bewijs van het gehechtheid tussen die twee. De moslims kunnen
enkel door dezen te realiseren volmaakt worden.
De Koran telt de gave
van de aalmoes als een kenmerk van de voortreffelijke gelovige. In dat geval een
vermogend individu die niet doneert zal geen plaats vinden tussen de gelovigen
die Allah zal redden (op de dag des oordeels). Ze zullen ook niet de liefde van
Allah en zijn profeet (v.z.m.h.) krijgen.
In de Islam wordt er
vereist dat de vermogen buiten de productie niet indolent blijft maar wel
aanhoudend geconsumeerd wordt, besteed voor goedgunstigheid en wordt bewaard in
de beleggingsprocedure. Ziezo is de zakat de genadeloze vijand van indolent gelaten
goederen.
يَا أَيُّهَا
الَّذِينَ آمَنُواْ إِنَّ كَثِيراً مِّنَ الأَحْبَارِ وَالرُّهْبَانِ
لَيَأْكُلُونَ أَمْوَالَ النَّاسِ بِالْبَاطِلِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ اللّهِ
وَالَّذِينَ يَكْنِزُونَ الذَّهَبَ وَالْفِضَّةَ وَلاَ يُنفِقُونَهَا فِي سَبِيلِ
اللّهِ فَبَشِّرْهُم بِعَذَابٍ أَلِيمٍ {34} يَوْمَ يُحْمَى عَلَيْهَا فِي نَارِ
جَهَنَّمَ فَتُكْوَى بِهَا جِبَاهُهُمْ وَجُنوبُهُمْ وَظُهُورُهُمْ هَـذَا مَا
كَنَزْتُمْ لأَنفُسِكُمْ فَذُوقُواْ مَا كُنتُمْ تَكْنِزُونَ (At-Taubah 34-35)
De hierboven geciteerde
verzen vertaald:
En degenen, die goud en zilver ophopen en het niet voor de
zaak van Allah besteden, deel hun
het nieuws van een pijnlijke straf mee. Op de Dag, waarop
het (geld) in het Vuur der hel verhit zal worden en hun voorhoofd, hun zijden
en hun rug er mede zullen worden gebrandmerkt, (wordt hun gezegd:) "Dit is
hetgeen gij voor uzelf hebt vergaard, ondergaat daarom nu (de gevolgen van)
hetgeen gij voor uzelf
verzameld hebt."
Aalmoezen is in
werkelijk “diegenen die een welbepaald eigendom bezitten, inkomen overdragen
aan mensen met een laag levensstandaard”. Enerzijds investeren, anderzijds een
gebed die aan individu’s met gering mogelijkheden beleggingskansen biedt.
De zakat is de recht
van de armen bijgevolg recht van de gemeenschap. “Wordt het niet besteed”, op
wijze van ziektes, faillissementen,… wordt het hen gederfd. Maar menselijke
zorgeloosheid kan dit niet opvatten. Aalmoezen zuivert de geest van de aalmoes besteder.
Liefde aan bezit
(materialisme) en er verslaafd aan zijn is een slepende ziekte. Enige
behandeling hiervan is vooraleer aalmoezen, liefdadigheid en schenkingen. Moge
Allah ons allen zegenen en accepteren tot de dienaren wiens bezit besteden in
zijn weg.
|